De boekverfilming The Help speelt
zich af in de vroege en
roerige jaren zestig. De jaren waarin John F. Kennedy
werd
vermoord, Martin Luther King zijn ‘I have a dream’-speech
verkondigde en
de Ku Klux Klan aanslagen pleegden op
zwarte burgers. Een omstreden tijd,
genoeg voer voor een
confronterende en ontroerende speelfilm. De film begint
met het schetsen van de thuissituatie van blanke huisvrouwen.
Eugiania ‘Skeeter’
Phelan (Emma Stone) probeert in een
wereld vol bridgemiddagen en ambrosia een
onafhankelijke
vrouw te zijn. Ze heeft geen man, geen kinderen en gaat
werken
voor een dagblad. Dit wordt in haar omgeving met
afkeuring aangezien, Skeeter
moet aan de man en snel ook.
Skeeter is echter met andere dingen bezig, ze wil
de benarde
positie van zwarte dienstmeiden in beeld brengen. Deze
‘nikkervrouwen’, zoals ze in de film worden genoemd,
zijn zowel oppas, kok als
schoonmaakster. Deze vrouwen
mogen in de huizen waar ze werken niet naar het
gewone toilet,
maar moeten gebruik maken van het kleurlingentoilet. Ze s
chijnen
namelijk besmettelijke ziektes met zich mee te dragen.
Er is apart busvervoer
en mensen die pleitten voor gelijkheid
worden gestraft.
De pijnlijke houding van de
‘moeders’
wordt met elke scène duidelijker, vooral Hilly Holbrook
(Bryce Dallas
Howard) is een vreselijk exemplaar. Met
haar hysterische gegiebel en arrogante
houding werkt ze
erg op de zenuwen. De moeders houden zich compleet afzijdig
van de opvoeding van de kinderen, alleen lijfstraffen worden
met moeders hand
uitgevoerd. Een aantal grappig bedoelde
onhebbelijkheden van de jaren zestig
worden tussen neus
en lippen genoemd. Kruidenthee tegen lesbische gevoelens
bijvoorbeeld. Er vallen in de film wel meer flauwe, en soms
behoorlijk
misplaatste, grappen. Terwijl de stereotypering van
de moeders flink wordt
uitgewerkt, worden ook de dienstmeiden
gekarakteriseerd. Dienstmeid Milly
(Octavia Spencer) gooit
een doos open met maniertjes, van ‘mm-mmm’ tot quasi
boos,
met één hand in de heup, hoofdschuddend toekijken.
De film laat de potentie tot
diepgang compleet aan zich voorbijgaan.
De historische context wordt maar af en
toe aangestipt, en raakt
verder bedolven in het geglazuurde narratief.
Daarnaast zit er een
kritische fout in de film zelf. Dienstmeid Aibileen’s
(Viola Davis)
schrijftalent is erg onwaarschijnlijk in een tijd dat het
analfabetisme
onder de zwarte bevolking erg hoog lag en zwarte scholing erg
beperkt was. Viola Davis haalt met haar acteerprestaties de film
ietwat uit het
slop, ook al lukt dat niet voor de volle tweeënhalf uur.
De film biedt een
eenzijdige kijk op het racisme van toen en ook
een enigszins ongeloofwaardige.
De vriendschap tussen Hilly en
Skeeter lijkt ongefundeerd en misplaatst. Ook de
taart der
ontlasting lijkt eerder een fantasierijk verzinsel.
Al met al is The Help een
jammerlijk falende poging om zowel
een tranentrekker als een film met
historische context te zijn.
Na tweeënhalf uur ploeteren blijft de film hangen
in oneliners als
‘courage sometimes skips a generation’. De duimendik erop
liggende dramatiek maakt The Help tot een vergetelijk drama.
De bioscoopzaal
was trouwens gevuld met een in zijn geheel blank publiek.